Schilderen is voor mij een noodzaak, het is er altijd en wacht op mij. Eigenlijk is het een zoektocht om de binnenwereld en buitenwereld in harmonie te brengen, te ordenen en uitersten in vorm en kleur op elkaar afstemmen. Meestal gebruik ik daarvoor de getijdenstroom als metafoor, eb en vloed of zon en maan, omdat dat fascinerend zichtbare en voelbare uitersten zijn die tegelijkertijd het ongrijpbare verglijden van de tijd markeren.

Het onderzoek is daardoor bij ieder werk weer een nieuw avontuur. Vanzelf komen er landschappelijke elementen in maar het is geen afbeelding van een landschap, het zijn sporen van herinneringen of indrukken die hun weg vinden in een eigen beeldtaal, waardoor het werk geheel op zichzelf staat en zijn eigen ruimte inneemt.